Bercoperweg 67 

 

foto: begin jaren "50  via Jantje Zijlstra- v/d Broek

Het voormalige tolhuis met op de voorgrond Wiebe van den Broek
De uitbreiding aan de rechter zijde is duidelijk te herkennen. Die dateert
ongetwijfelt van na de opheffing van de tol in 1913.

 

foto: jaren "70 ?  via Jantje Zijlstra- v/d Broek

f

Foto 2008 (RdV) na de modernisering

Adressering:

 
 viel onder zathe III
1863 Makkinga 117
1880 Makkinga 117
1900 Makkinga 152
1918 Makkinga 163
1928 Makkinga 68
1950 Makkinga 76
1965 Bercoperweg 67
2000 Bercoperweg 67
2010 Bercoperweg 67
 
 
Bouwwerk:
Gebouwd vermoedelijk rond 1860 als tolhuis
De functie van tolhuis had  het in 1913 niet meer.
Nieuwbouw ca 1955
 
Bewoners:
1863 -1866         Albert Jacobs Flokstra (1832 - ) Tolgaarder
1866 -1887         Egbert Durks Nijholt  (1831-1887) Tolgaarder te Makkinga, later brievengaarder) op Twijtel?
                            (okt 1880 E D Nijholt op nr 26a, later 26b  en weer later 117. )
 
1887  - 1889       Evert Egberts Nijholt (Tolgaarder?  Brievengaarder) 
1889 - 1905        Berend Bloemsma  (... - 1905)  Tolpachter
1906 - 1941        Hans Bos (tolpachter (tot 1913) en  daarna? kruidenier) en Foekje Brouwer
1941 - 1943        Foekje Bos - Brouwer
1943 - 1951        Jan Oord (broer van Klaas) en Nellie
1951 - 1976        Wiebe Jan van den Broek
??
1982- 1987         Jacobus Cornelis Vink                     
1987 - (na 1998) Albert  J. van der Broek
          - heden       A Doornbos
 

 

 

 

 

OPENBARE AANBESTEDING

Op Vrijdag  1 april 1859, ten Gemeentehuize te Makkinga, ’s namiddags te 3 uur

o.a. Van een zevental SLAGBOOMEN of TOLHEKKEN, op den Grindweg in Ooststellingwerf; waarvan bestekken en teekeningen ter Secretarie te Makkinga ter inzage van belanghebbenden liggen.

Burgemeester en Wethouders der gemeente Ooststellingwerf, Makkinga,

G.W.F. Lijcklama á Nijeholt.  (LC18-3-1859)

 

Ook het tolhek op Twijtel daarbij.

De molenaar Riekend Steunebrink, die zowel eigenaar van de molen op Twijtel als die van Oldeberkoop was, kreeg het in 1860 voor elkaar dat hij werd vrijgesteld van het betalen van tol. Dat gold voor de gehele aanvoerroute vanaf de Opsterlandse Compagnonsvaart tot Oldeberkoop.

Op de raadsvergadering van 22 mei 1869 blijkt dat  enkele inwoners van Twijtel   een Request  (= verzoek)  bij de gemeente  hebben ingediend om vrijgesteld te worden van tol bij tol nr 2.  (Dit zal ongetwijfeld het tolhek op Twijtel zelf zijn.)  Ik kan me zo voorstellen dat de de inwoners van Twijtel het  onredeliijk vonden om voor elke gang of rit naar het dorp waaronder ze behoorden tol moesten betalen.  De Provinciale Drentse en  Asser Courant vermeldt de uitkomst: Een request van eenige ingezetenen van Twijtel om vrijdom van tol bij Tol no. 2 wordt afgeweten.

Zowel in 1868? als in 1880 koopt Egbert Durks (of Dirks) Nijholt  (1831-1887)– hij is dan tolgaarder  en (later?) brievengaarder te Makkinga -  resp. een  ‘huis?’ en een ‘arbeidershuis’ in Makkinga. In 1862 was hij in het huwelijk getreden met Maria Karsina Marwits (1835 Groningen -1909 Groningen)  Egbert stierf dus al  op 55-jarige leeftijd.

Na het overlijden van Egbert blijft zoon Evert Egberts Nijholt nog (met zijn moeder, broers en zussen?) wonen op Twijtel. Waarschijnlijk is ook hij er tol- en brievengaarder als opvolger van zijn vader.  Twee jaar later, in 1887, vertekt hij. We vinden hem later, net als zijn moeder  terug als winkelier in Groningen.

Mevrouw Jantje Vries-Bloemsma (geboren rond 1875) heeft (naar eigen zeggen)  met haar ouders  in het tolhuis te Twijtel gewoond. Vader Berend Bloemsma is inderdaad de volgende tolpachter op Twijtel. Van 1889 tot in 1905 zal hij die functie vervullen.

 

Op dit perceel stond indertijd een woninkje dicht bij de weg en dicht bij de naastgelegen  reed. De nieuwbouw, verder van de weg af, is  rond 1955  door Van der Broek gepleegd.

 

De oude woning was een tolhuis van  1860  tot 1913.  Het bouwwerk zelf staat in 1953 nog op de luchtfoto, en in 1956 staat de nieuwbouw er al. Het tolhuis had zowel links als rechts vooraan een zijraam, opdat de tolgaarder iedereen zag aankomen. 


Op 28 november 1891 dient de Directeur der Posterijen en Telegrafie, krachtens een besluit  van de Hoofddirecteur om een brievenbus  in het buurtschap Twijtel te plaatsen, een verzoek daartoe in bij de Burgemeester van Ooststellingwerf.  Men acht de tolgaarderswoning het meest geschikte punt binnen het buurtschap om de gietijzeren brievenbus aan de muur te hangen. Een medewerker de Posterijen vanuit Heerenveen zal de bus twee maal daags ligten. Of de bus ook daadwerkelijk aan het tolhuis kwam te hangen kan ik niet bevestigen. Zeker is wel dat er op Twijtel een brievenbus heeft gestaan. In ieder geval is hangt er in 1922 eentje, zo lezen we in een krantenartikel in het Nieuwsblad van het Noorden (7-3-1922)

- Voor eenige dagen maakten we melding van de aanranding van J.R.K., boerenknecht te Makkinga, die  van f. 700 werd beroofd. Thans kan worden medegedeeld, dat gemeld bedrag is teruggevonden in de brievenbus van de P. en T. te Twijtel onder Makkinga. De dader was zeker met het geld verlegen. Het onderzoek wordt voortgezet.-




 

Hans Bos was rond 1910 tolpachter op Twijtel. Daarnaast  staat hij te boek als kruidenier.  Het is onduidelijk of hij die beroepen gelijktijdig uitoefende, of dat hij pas later het winkeltje opende. Hans zou (zo meende Joukje Hes) ook nog vrachtrijder op Gorredijk zijn geweest, en dat er in het schuurtje achter de woning tevens een klompenhandeltje was (Aldus Jan Pieter Kromkamp) . Hans en Foekje hadden in ieder geval  2 dochters en 3 zonen. Resp: Jan, Jacob (*1907), Grietje (*1909), Vrouwtje (*1911) en Cornelis (*1914). Hans overleed er in 1941. Een paar jaar later kwam zoon Jan vanuit Nijberkoop  er wonen. Moeder Foekje bleef er tot 1951 bij in. De oudste zoon Jaap (Jacob) Bos zette de kruidenierszaak voort. Nog vele jaren ging hij daarmee door aan de bovenweg in Nijeberkoop. Met zijn Citroën besteleend bediende hij ook in die tijd nog klanten op Twijtel.

Blijkbaar wordt er in 1913 al geen tol meer geheven. Op 3 februari van dat  jaar doet de gemeente Ooststellingwerf  namelijk drie tolhuizen van de hand. Te weten Donkerbroek, Fochteloo en dus ook Twijtel. Hans Bos (te Makkinga) is de koper. Hij betaalt er Fl. 1407,-  voor. Het tolhuis brengt anderhalf keer zoveel op als de  twee andere, waar alleen een stukje tuingrond bij de woningen hoort. Bos koopt niet alleen het huis met het erf, maar wordt voor dat bedrag tevens eigenaar van een aantal percelen wei- en bouwland en een stuk heidegrond. Totaal 1 ha.

In de periode tussen 1913 en 1951 is de woning uitgebreid. Op de foto uit de beginjaren "50 is duidelijk te zien welk deel er - in schoon metselwerk - aan de westzijde is aangebouwd. Hoogstwaarschijnlijk het deel waar de fam Bos haar winkeltje dreef.

In januari 1951 neemt de familie Van den Broek (Wiebe met zijn vrouw Klaasje de Jong)  zijn intrek in het voormalige tolhuis. Dochter Jantje werd er in dat zelfde jaar geboren. Vader Wiebe breekt het huis af en er komt nieuwbouw voor in de plaats. Voor 1956 is die gereed, want zoon Appie (Albert Jelle), die later zelf met zijn gezin het huis zou betrekken,  kwam er in dat jaar ter wereld.

   Moeder Klaasje met dochter Jantje voor het Tolhuis

foto 1952? via Jantje Zijlstra - van den Broek                                                                                                                                      Op de achtergrond  Bercoperweg 65 ('Beppe Hûske)

 

 


Deze site is gratis gemaakt met Webklik.nl