De Brugwachters(woning)

 Wie heeft een foto van de klapbrug en de woning en kan er meer over vertellen? Mail of bel a.u.b.

 
Aderessering:
De brugwachterswoning stond aan de noordkant van de Tjonger en nummerde dan ook onder Hoornsterzwaag  8 (1918)
 
Bouwwerk:
Gebouwd in 1888 (met de kanalisatie van de Tjonger).
Afgebroken in 1956 (toen de beweegbare brug werd vervangen door de vaste brug)
 
 
Bewoners (brugwachterswoning): 
 
1888 - na 1915    Abel E(n)gberts Ruiter (brugwachter in dienst bij de provincie)
ca1918-ca 1933  Cathrinus Achtien  Brugwachter
ca1933 -na1946  Ynze Lenting  (1879-1966)   Brugwachter      
na 1946 -1956    Jappie de Vries (en zijn vrouw Renske Zandstra)  Brugwachter

Hoewel de brugwachterswoning niet op het grondgebied van  Makkinga stond, en zelfs niet in Ooststellingwerf, wil ik haar toch vermelden.

Immers,  de eeuwenoude oeververbinding op deze plek is zo bepalend geweest voor de omgeving , dat de brugwachterswoning bij de klapbrug (1888-1956) zeker een plaatsje verdient. Zij stond, (komend vanaf Twijtel) over de huidige brug links. Op Schoterlands grondgebied, onder Hoornsterzwaag. In de huidige gemeente Heerenveen dus. 

De eerste brugwachter was Abel E(n)gberts Ruiter. (1851 – 1926) Hij – geboren in Langedijke -  kwam in dienst op 15 oktober 1888. In 1877 was hij getrouwd met Antje Harmens Rooks uit Oldeberkoop, maar hij trouwde in 1889, na het overlijden van zijn eerste vrouw in dat jaar,  ten tweede male. Nu met Wimke Bergsma uit Jubbega. Abel heeft begin 20e eeuw een aantal bezittingen op Twijtel. O.a. de percelen die later in bezit komen van Wiebren en Antje Pauw (zie Prikkedam 5) en het huis dat later eigendom is van de familie Molenaar (zie Prikkedam 6). Mogelijk is hij tot  ca 1918, toen Catharinus Achtien werd aangesteld,  in dienst gebleven als brugwachter. Hij liep toen echter wel al tegen de 70.

(verdere benoemingen heb ik namelijk niet in de LC  kunnen vinden.)

Hoewel je er van uit mag gaan dat het gezin in de brugwachterswoning – staande in Hoornsterzwaag - woonde, blijken hun  kinderen allemaal onder Makkinga te zijn geboren. (Was hij dan toch eerder brugwachter af en is het gezin Ruiter misschien  op Prikkedam 5 gaan wonen?)

Rond 1918 was Catharinus Acht(t)ien (1892-?) brugwachter Hij is in Hoornsterzwaag geboren als  zoon van Antje Achtien en een onbekende vader. Zijn halfbroers en zussen dragen de naam Hoogeveen. Antje haar man Heine Ho(o)geveen was  in 1888 op 38-jarige leeftijd overleden. Op 15 mei  1919 trouwt Catharinus met de twee jaar jongere Berendje de Kleine uit Wijn jewoude. Al met al zal hij dan ook in of net voor 1918 als brugwachter zijn aangesteld. Tot ca 1933 is hij er brugwachter geweest. 

Vanaf 12 november1922  besluit men om de bruggelden met het huis enz. te verpachten aan de hoogste bieder. Men wil  blijkbaar gaan  voor een periode van  vier-en-een-half jaar, doch na een jaartje is er al weer een nieuwe inschrijvingsronde. Blijkbaar is er na een aantal maanden iets gebeurd, waardoor de overeenkomst werd beëindigd.

De nieuwe pachtperiode zal lopen  van 12 november 1922 tot en met 11 mei 1927.

Vanaf ca 1933 - hij loste  Achtien af - woonde Yntze Lenting (1879-1966) in de brugwachterswoning. Hij werkte elders en zijn vrouw Neeltje Kort (1888-1968) draaide de brug (aldus een kleindochter).  Neeltje, waarmee hij 1909 trouwde,  is familie van Roel Kort die woonde in het-huisje-met-de-dikke-boom onder Hoornsterzwaag. Ynze en Neeltje liggen begraven in Jubbega.

Roelofje Lenting (1916-1991) is waarschijnlijk een dochter van hen. Zij trouwde met ene H Jongbloed (Roelofje ligt begraven te Jubbega.) Dochter Antje Lenting (1910-1976)  trouwde met Anne Zandstra. (ze liggen begraven te Jubbega) Zoon Ide Lenting (1919) woont anno 2015 in Appelscha.

 Met de komst van de  vaste betonbrug in 1956 verloor het huis haar functie en werd gesloopt. Het zal er ongeveer zo hebben uitgezien als de nog wel bestaande brugwachterswoninkje  aan de Alberdalaan onder Nijeberkoop, dat eveneens rond 1888 is gebouwd.

 Zoals uit de onderstaande stukjes uit de Leeuwarder Courant blijkt waren de brugwachters tot in 1922 in dienst bij de provincie en genoten een door de provincie vasgesteld  salaris, dat in de loop der jaren werd aangepast.



Door Ged. Staten zijn benoemd, met ingang van 15 dezer:

o.a. tot brugwachter bij de brug onder Twijtel (Takkebrug) A.E. Ruiter te Makkinga

(LC9-10-1888)


Provinciale Staten van Friesland

VOORSTELLEN.

Salarisregeling Provinciale ambtenaren

Voor de brug, sluis, en kettingwachters aan:

o.a. de Takkebrug 770 gulden…….

… en dat van de wedde van de wachters, die bij de woningen land van de Provincie in gebruik hebben, waarvan de geschatte gebruikswaarde de 15 gulden overschrijdt, dat meerdere zal worden ingehouden, zijnde…

Voor den wachter aan de Takkebrug te Twijtel 10 gulden.

(LC19-7-1912)




Jaarwedden  van provinciale ambtenaren

(besproken tijdens zomervergadering van Gedeputeerde Staten)

Gedeputeerde Staten achten  in de eerste plaats noodig verhooging van de jaarwedden der brugwachters, en wel van wachters voor bruggen bij de veenvaarten en minder drukke bruggen , of waar geen kanaalgeld wordt geheven een som van 150 gulden met aftrek van de pachtwaarde van hun landgebruik, zoals die bij een nieuwe schatting zal worden vastgesteld. Bij een achttiental is die pachtwaarde geschat op 15 gulden, hetgeen thans te laag is.

(LC17-12-1917)

 



VERPACHTING VAN DE TAKKEBRUG ONDER HOORNSTERZWAAG

De GEDEPUTEERDE STATEN van Friesland brengen ter kennis, dat zal worden overgegaan tot verpachting van de opbrengst der bruggelden aan de Takkebrug over het Tjongerkanaal onder Hoornsterzwaag, voor het tijdvak van 12 november 1922 tot en met 11 mei 1927.

In de verpachting zal wordt mede begrepen de WACHTERSWONING met de daarbij behoorenden tuin, groot pl. m. 1452 M2, benevens het GRASGEWAS van een gedeelte van de kanaaldijken met bermen en van de woning en ter gezamenlijke lengte van ruim 4200 M.

Inschrijvingen, op zegel van 50 cent, moeten bij hun college worden ingezonden vóór 1 Oktober aanstaande.

Zij moeten bevatten een duidelijke vermelding van naam en woonplaats en van de pachtsom per jaar .

Nadere inlichtingen zijn desgewenscht schriftelijk of mondeling te bekomen op het BUREAU van den PROVINCIALEN WATERSTAAT te Leeuwarden, Heerestraat.

Leeuwarden, 7 September 1922.

De Gedeputeerde Staten voornoemd, P.A.V. VAN   HARINXMA THOE SLOOTEN, voorzitter. R. v. d. Veen  1.-griffier.

(LC7-9-1922)



VERPACHTING VAN DE TAKKEBRUG ONDER HOORNSTERZWAAG De GEDEPUTEERDE STATEN van Friesland brengen ter kennis, dat voor het tijdvak van 1 september a.s. tot en met 11 mei 1928 zal worden verpacht de opbrengst van de BRUGGELDEN aan de Takkebrug over het Tjongerkanaal onder Hoornsterzwaag.

 

In de verpachting wordt mede begrepen de WACHTERSWONING met de daarbij behoorenden tuin, groot pl. m. 1452 M2, benevens het GRASGEWAS van een gedeelte van de kanaaldijken met BERMEN en van de woning en ter gezamenlijke lengte van ruim 4200 M.

Inschrijvingen  op zegel van 50 cent  moeten bij hun college worden ingezonden vóór 6 augustus aanstaande.

Zij moeten bevatten een duidelijke vermelding van naam en woonplaats en van de pachtsom per jaar van 12 mei  tot 12 mei. Voor het tijdvak van 1 september 1923 tot   en met 11 mei 1924 kan een afzonderlijk bedrag worden opgegeven.

Nadere inlichtingen zijn desgewenscht schriftelijk of mondeling te bekomen op het BUREAU van den PROVINCIALEN WATERSTAAT te Leeuwarden, Heerestraat.

Leeuwarden, 7 September 1922.

De Gedeputeerde Staten voornoemd, P.A.V. VAN   HARINXMA THOE SLOOTEN, voorzitter.      C.B.MENALDA, griffier.

(LC20-6-1923)


Deze site is gratis gemaakt met Webklik.nl