TWIJTEL 1750

Om een beeld te schetsen van het leven op het oude Twijtel zal ik trachten e.e.a te beschrijven aan de hand van de mij bij naam bekende personen en  gezinnen m.b.v. kaartmateriaal en andere zaken uit die tijd.

Twijtel bestond dus uit een viertal boerderijen (zathes). Genummerd I t/m IV vanaf de grens met Nijberkoop, en alle vier gelegen t.N.v de zandweg van Makkinga naar Oldeberkoop. De huidige Bercoperweg dus. De boerderijen waren bereikbaar vanaf die weg via een eerst gaffel-vormigeweg (rond 1700), en later  L-vormige weg (rond 1800), die waarschijnlijk toen  (maar zeker, later) liep vanaf de huidige Kromkamp-plaatsen. Het L-vormige weggetje boog na een paar honderd meter links af, richting de molen en bijbehorende woning. Hiermee zijn dan ook alle bouwwerken van Twijtel in die tijd genoemd. Ten zuiden van de weg was het eigenlijk één groot heideveld, waar de ontginnig nog op gang moest komen. Het kerkepad dat de kerken van Makkinga en Nijeberkoop met elkaar verbond zal toen al over die heide hebben gelopen. Het pad ging oostwaarts verder langs de boerderijen van Middelburen. De zathes V, VI, enz.  De zuidpunt van het buurtschap werd, net zo als nu, nog net  doorsneden door de huidige Bovenweg, die vanuit Nijeberkoop richting Oosterwolde gaat. Uiteraard toen nog als zandweg. Door de velden liepen er ook zeker paden (soms slechts voetpaden) tussen de boerderijen onderling en zo ook richting de Tjonger, die toen nog een rivier was.  Met name naar de doorwaadbare plaats in het riviertje, waar men de oversteek kon maken naar het Schoterlandse. Aan de andere (Friese) zijde lag en ligt Hoornsterzwaag.  Het is best mogelijk dat er ook toen al sprake was van een Prikkedam. Een konstructie van denneliggers, met daarop takken of prikken, zoals die tot aan de kanalisatie in 1888 dienst deed.

De boerderijen had men uiteraard op de droogste delen van het buurtschap geplaatst. Niet ver van de weg dus. Omdat de rivier begrijpelijkerwijs nogal onderhevig was aan wisselende waterstanden gedurende de seizoenen, hadden  ook de aangrenzende landerijen af en toe met verstromingen te maken. De hooilanden - die daarmee te maken kregen lagen direct aan de Tjonger. De weilanden, waar het vee op graasde lagen net iets hoger (en dus ook droger) en dichter bij de boerderijen. De bouwlanden vond met rond de boerderijen en de molen.

Nu eerst de gezinnen die er woonden.

Op de boerderij van zathe I, die volgens mij iets ten westen van de huidige Prikkedam 2  moet hebben gestaan, woonde ene Rieuwert Jans (1707?- ) met zijn gezin. Eigenaar van de 36 pondematen grote zathe  was Capitain Matthijs van Heloma. Rieuwert had in de (eind) jaren "20 van de 18e eeuw  zijn vader als boer opgevolgd. Rieuwert's vrouw zou Eltien hebben geheten  en het huwelijk zal rond 1730 plaats hebben gehad. Hun vier kinderen, die in Makkinga werden gedoopt tussen 1733 en 1742 zijn resp. Volkert, Rieuwert, Hielkjen en  Cornelis. Een deel van deze familie - met name de tak van zoon Rieuwert - zal zo'n 60 jaar later de naam Bergsma als familienaam aannemen. Riewert Jans staat er als boer  prima voor. Zijn belastingaanslag  in 1749 is de hoogste van Twijtel. De vermelding daarbij achter zijn naam  "boer, met reuw en beslag" bevestigd dit. Het gezin bestaat in dat jaar uit 4 personen boven, en 2 personen onder de 12 jaar.

Op de boerderij van zathe II - nu Prikkedam 2 - is Jan Alberts boer. Hij is er hooguit een jaar of tien eerder neergestreken. Ook zal hij er daarna niet langer dan 10 jaar hebben woont. Ook deze boerderij, waartoe 35 pondematen grond behoren, wordt bewoond door 4 personen ouder dan 12 jaar en 2 jonger. Waar Jan Alberts en zijn vrouw vandaan kwamen is niet duidelijk. Verdere namen kan ik evenmin geven. Wel is hij (op papier althans) voor en kwart minder vermogend. Jan huurt de Zathe van "de kindskinderen van Mettijn Jans, de erfgenamen van Fardau Jansz. en de erfgenamen van Batte Wittelius", die alle voor een derde deel eigenaar zijn. 

Op zathe III staan de zaken er halverwege de 18e eeuw even anders voor. De boerderij stond een paar honderd meter achter (nu) Bercoperweg 70, en is eigenlijk de voorloper daarvan. De Zathe is opgedeeld in twee gelijke delen van elk 15 pdm. Zowel Rieuwert Jans (zathe I) en Jan Alberts (zathe II) hebben elk een helft in gebruik.  'De laatste helfte voorsien van een Huisinge' . Of de boerderij wordt bewoond, en door wie is niet duidelijk. De eigenaren van de helft van Zathe III zijn de zelfde als die van Zathe II. De andere helft is in bezit bij    Capitain Matthijs van Heloma. Inderdaad, die van Zathe I.

Zathe IV, met de Saksische boerderij die in 1662 gebouwd zou zijn, is eigendom van de familie Gasinjet en wordt bewoond door Berent Alberts en zijn gezin. Mogelijk is hij de zelfde Beerend Alberts, die in 1745 in Makkinga in het huwelijk trad  met Stijntjen Hendrix, die net als hem afkomstig is uit dit dorp. Geboortes van kinderen uit dit huwelijk heb ik niet kunnen vinden. In 1949 telt men echter op de boerderij 3 personen die ouder zijn dan 12 jaar en evenveel onder die leeftijd.  De aanslag voor de belasting is nog net iets lager dan van zijn buurman op zathe III.  

Blijven nog over de molen en de molenaarswoning. Pieter Suwerts is molenaar op de molen van Twijtel. Hij is waarschijnlijk de eerste molenaar van het latere geslacht Mulder dat bijna een eeuw lang op Twijtel zal malen. . Hij is in 1741 getrouwd Jantien Dirks en vermoedelijk in 1745 met Jantien Jans. Het eerste huwelijk werd voltrokken in Makkinga. Het tweede in Elsloo. Zowel hij, als zijn echtgenotes, zijn afkomstig van Makkinga. De vier kinderen heten, Jan (*1742), Suwert (*1746), Jan (*1750) en Jacob (*1752). In 1749 telt men op deze boerderij twee personen bover de 12 jaar en  twee er onder. De aanslag voor de molenaar is nog een fractie lager dan die van Berent Alberts op zathe IV.

Een simpele optelsom leert ons dat Twijtel in 1749 een totaal van 22 inwoners kende. 13 daarvan waren de 12 jaar gepasseerd en 9 stuks kinderen.


Deze site is gratis gemaakt met Webklik.nl